Grand Cafe Wildschut



Ik ben een uur te vroeg van huis gegaan. Dat realiseer ik mij als ik uitstap op Zuid/WTC en check hoeveel tijd ik nog heb.

Het past bij hoe de dag tot nu is verlopen.

Het is niet mijn eerste date. Dus ervaringsdeskundige. Wat een zekere ervaringsrust, misschien wel zelfbeschermende afstandelijkheid met zich zou moeten meebrengen.

Maar er is iets aan de hand. Vanaf dat ik mijn ogen opende zit er iets in mijn lijf dat ik lang niet heb gekend. Wat er voor zorgde dat ik mij enkele keren vervelend stootte, dingen uit mijn handen liet vallen.

Het begon al toen ik haar profieltekst las, die mij diep raakte. Op de een of andere manier wist ik dat zij was wie ze beschreef. Hoewel ik weet van dimensie-overschrijdende energetische verbindingen tussen mensen, overviel het mij toch een beetje.

Ze had het op de echte manier over de dingen die belangrijk zijn in een relatie, in het leven. Het ging eens een keer niet over de bijna tot standaard verheven leuke dingen, de exotische reizen enzovoort. En ze had het over echt samen gaan, niet over dat ze hoe dan ook haar eigen leven wilde behouden, waar de ander dan maar moet zien in te passen.

Het zorgde er voor dat ik nu eens niet voor de ander dacht, dat ze wel zou vinden dat ik te oud voor haar was. Dus trok ik, hoewel er een best wel substantieel leeftijdsverschil was, de stoute schoenen aan en stuurde haar een interesse-bericht. Ondanks dat ze eigenlijk expliciet vroeg om een man met een Christelijke levensvisie. Wat mij doorgaans een beetje kopschuw maakt.

En nu sta ik hier, moet lachen om mijn vergissing, overweeg wat ik zal doen, voel de spanning in mijn lichaam, in mijn denken.

Het wordt een Starbucks op het aangrenzende Zuidplein. Die slechts tijd, te weinig tijd, overbrugt. Want verder verandert er niets.


Om iets over half drie stap ik Wildschut binnen. Nog veel te vroeg. Tram 5 legde de resterende afstand sneller af dan ik wilde.

Ik kijk vluchtig rond naar een vrouw alleen, van wie het profiel van haar hoofd lijkt op de foto die ik ken. Mijn blik is wat schichtig, alsof ik er eigenlijk niet wil zijn. Ik zie niemand die op mij zit te wachten, ben bijna opgelucht.

Het is gelukkig niet druk, ik kies een tafel bij het raam.

Daar, als ik naarstig in mijn cappuccino roerend de ingang in de gaten hou, roep ik mijzelf tot de orde, lach inwendig om mijn puberale gedrag. Maar de spanning blijft, groeit als de tijd verstrijkt.

Mensen komen en gaan. Ik zie ze allemaal, ook iedereen die gewoon langs loopt.

Als het drie uur is geweest begin ik te twijfelen of ik wel goed om mij heen heb gekeken toen ik binnen kwam. Toch heb ik niet de moed om nog een keer een ronde door het etablissement te maken.

Dan ineens, aan de andere kant van het glas, zie ik haar even in mijn ooghoek, half achter mij. Ik weet dat zij het is hoewel ik haar niet direct herken. Wat in dat moment direct opvalt, is dat ook zij gelijk weet dat ik het ben. En dat haar reactie als ze mij ziet, leuk en hartelijk is. Ik heb anders meegemaakt.

Wat ís dit voor een vrouw ?

Ze komt binnen, is spontaniteit en hartelijkheid. Onbevangen.

Het overrompelt mij. Ik sta wel op, maar kan niet meer bij de rest van mijn voornemens. Als we elkaar begroeten hakkel ik iets over helpen met de jas, maar verder dan woorden kom ik niet.

Wat is dit ? Wat gebeurt hier ? In positieve zin ziet ze er verrassend anders uit dan op haar profielfoto. Ze is al jonger dan ik, maar ze ziet er ook nog eens jonger uit dan haar leeftijd. Even vraag ik mij af wat zij in hemelsnaam met iemand als ik zou moeten.

Al snel komen we in gesprek. Haar natuurlijkheid haalt de spanningssluier van mijn eigen natuurlijkheid. We praten ontspannen, als vanzelf, er is geen enkel ongemakkelijk moment, hebben het over kinderen, daten, levensvisie, familie, vorige relaties. We laten elkaar zelfs foto’s van onze kinderen zien.

Ik ‘zie’ haar uitstraling. Mijn gevoel heeft mij niet bedrogen: ze zit hier zoals ze zichzelf heeft beschreven. En ik ‘weet’ dat zij geen dubbele agenda heeft, dat zij open, eerlijk en respectvol is. Wat zo vaak ver te zoeken is.

Ze ziet er daarnaast ook nog eens ontzettend leuk uit, de grijs gemêleerde wollen trui past perfect bij haar, heeft volgens mij een zachte huid, die ik echt nog niet durf aan te raken. Een open gezicht, en verschrikkelijk mooie open ogen, die meer zeggen dan alle woorden.

Ik krijg het er een beetje warm van.

In een overmoedige bui waag ik het te vragen of ik haar handen even mag vasthouden, leg mijn handen met de rug op tafel. Als zij haar handen op de mijne legt begint energie gelijk te stromen. Positieve energie. En flink ook. Eigenlijk zou het mij verbazen als het anders had gevoeld.

Zij voelt het ook, is bekend met het verschijnsel. Wat het eenvoudiger maakt.

Als de duisternis al invalt blijken we het beiden leuk te vinden om ook samen iets te eten. Alleen hebben we ook beiden thuis nog een kind dat op ons rekent.

Dan dat tweede belangrijke moment van een eerste date: gaan we elkaar nog een keer zien ?

Gelijk slaat de onzekerheid weer toe, ik zet me vast schrap. Old habits die hard.

Maar ze heeft het net als ik naar haar zin gehad, ook zij staat open voor een vervolg.

We delen de rekening.

Dan volgt de volgende verrassing.

In plaats van zonder om te kijken naar haar fiets te lopen en snel weg te rijden, loopt ze tot mijn stomme verbazing met mij mee naar de tramhalte.

Zachtjes van het ene been op het andere been wiegend, ik doe automatisch met haar mee, gaat de date eigenlijk gewoon verder, praten we honderduit.

Als tram 5 er aan komt bedanken we elkaar voor de leuke middag, voel ik even haar zachte wang tegen de mijne, spreken we af om elkaar de volgende zaterdag weer te zien.


Als de overvolle tram wegrijdt kijk ik of ik haar nog zie. Maar van uit het licht in de duisternis kijkend gaat dat niet lukken.

Mijn gedachten zijn één grote blur. Omdat ik me goed moet concentreren om mijn moeizaam veroverde plek te houden, überhaupt te kunnen blijven staan bij bochten, optrekken en stoppen, valt er nog niets op zijn plek.

Maar wel een dikke glimlach.

Op Zuid/WTC zie ik dat ik nog één minuut heb. Ik sprint, check in, sprint, vlieg naar boven, stort me hijgend in de trein.

We rijden al als ik een plek vindt. Ik maak mijn jas los en ga zitten.

Eindelijk komen gedachten los, herinneringen en beelden, maar het blijft een blur. Als ik in het raam mijn eigen gezicht zie, kijk ik recht in een dikke glimlach.


© 2015


UA-70284434-1